EEN CRISIS ONTSTAAT ALS HET OUDE REEDS GESTORVEN IS EN HET NIEUWE NOG NIET GEBOREN WERD

Waar moet ik beginnen als de chaos overheerst? Chaos, onrust, angst, kwaadheid met een vleugje woede, verdriet, massief, massaal, unheimlich en onbestemd. Wat zeg je als je dit ervaart, wat schrijf je en hoe schrijf je het?

Het klopt niet, meneer, het klopt helemaal niet, het bonkt, het pruttelt en sputtert. We grijpen naar alles wat nog enige houvast kan bieden, maar eens beet, glipt het weg, verdwijnt het in het niets. Structuur meneer, structuur is wat ik ontbreek en logica en oprechtheid en integriteit en echtheid en ondubbelzinnigheid en ethiek meneer, ethiek en verantwoordelijkheidszin en kwaliteit en menselijkheid en zelfreflectie en empathie. Maar ik snap het niet meneer, ik snap het niet, want iedereen wil dat, maar niemand doet meneer, niemand doet. Neen, ja een enkeling, een enkeling doet, maar niet de meesten meneer, niet de meesten. Wat is nog echt meneer en wat is vals, wie is nog echt meneer en wie is vals? We zitten gevangen meneer, we hebben ons gevangen gezet, wij mensen. We leven in een illusie, een illusie die we eigenhandig gemaakt hebben over al die eeuwen heen. De ene illusie wordt ingeruild voor de andere, maar het blijft een illusie meneer. Ja, we hebben ze nodig die illusie, ze dekt de chaos af. Ze creëert een vals beeld van houvast en ook al duurt het jaren, decennia of eeuwen, we ruilen haar in voor een andere illusie, eentje waarvan we denken dat die beter past. Voor sommigen verbrokkelt ze meneer die houvast, die illusie en we hebben een nieuwe nodig, een nieuwe illusie, een nieuwe houvast, maar we vinden ze niet en dus keren we maar terug meneer, we keren terug tegen beter weten in.

Harari weet, Freud en vele anderen voor en na hem wisten ook, de mens onderscheidt zich van het andere leven op deze planeet dankzij de illusie, dankzij de verhalen, dankzij het feit dat wij onszelf blaaskes kunnen wijs maken. En wat voor blaaskes hebben wij onszelf al niet wijsgemaakt?! De mens heeft zichzelf uitgeroepen als superieur ras heersend over deze planeet. Superieur in het verkloten ervan zijn we zeker wel, maar superieur als ras??? Wie heeft dat gezegd of waar is het objectieve bewijs te vinden om het met een hedendaags overheersend denkkader te bevragen??? De mens meneer, de mens heeft dat gezegd, de mens heeft zichzelf uitgeroepen als superieur, als heerser over deze aardkloot met als doorslaggevende bewijs dat wij de andere dieren- en plantensoorten hebben weten temmen en uitroeien, dat wij in staat zijn tot (zelf)reflectie en beschikken over een bepaalde vorm van keuzevrijheid. In hedendaagse wetenschappelijke termen zou men dit ‘conflict of interest’ of belangenvermenging noemen, waardoor de resultaten van het onderzoek onherroepelijk in de vuilbak terecht komen. Maar het gaat nog verder meneer, want ondanks het feit dat wij in staat zijn tot (zelf)reflectie en keuzevrijheid, verkloten we de boel niet alleen voor andere dieren- en plantensoorten, maar ook voor onszelf. Wij zijn al jaar en dag bezig onze eigen ramen in te gooien, hoe superieur mogen we ons dan wanen? Inderdaad wanen meneer, (grootheids)waanzin, maar ook achterlijkheid meneer, complete achterlijkheid. Hoe dan? Door mensen qua waardeoordeel onder te verdelen op basis van uiterlijke kenmerken, zoals huidskleur bijvoorbeeld. Blanken zouden superieur zijn aan alle andere huidskleuren. Vanwaar dat idee komt? Van de blanken zelf meneer, conflict of interest, (grootheids)waanzin en pure achterlijkheid meneer. Stel je voor, wij bleekscheten schelden ze uit, verstoten ze, geven ze minimale kansen, buiten ze uit, vermoorden ze, pikken hun land en hun goederen, verwijten ze, dumpen ons afval bij hen… reeds eeuwenlang en op basis van wat meneer??? Hebben ze de moed te reageren, dan hebben wij het ‘lef’ te zeggen dat zij criminelen zijn, het lef te zeggen ‘zie je wel dat ze niet deugden’. Wij westerlingen hebben landen onderdrukt, geplunderd, uitgebuit, verkracht en uitgemoord. Het is mede door deze wansmakelijke praktijken dat wij onze maatschappij zoals we ze kennen hebben kunnen opbouwen en nu ‘zij’ pogingen ondernemen een beter bestaan op te bouwen, omdat wij daarginds de boel decennia verziekt hebben, gunnen ‘wij’ hen veelal de kans niet. Oh wat hebben we toch 2 maten en gewichten, als ‘zij’ beroep doen op steunmaatregelen eigen aan onze maatschappij dan zijn het profiteurs, doen ‘wij’ beroep op dezelfde maatregelen dan is het ons recht of lachen we in ons vuistje omdat we de boel bedonderd hebben. Zijn er mensen met mindere nobele intenties? Natuurlijk meneer, maar deze zijn er ook in eigen land, onder eigen volk en in elke laag van ‘onze’ bevolking en veel meer dan mij lief is. ‘Wij’ versus ‘zij’ meneer en onze – door de mens gecreëerde – landsgrenzen. Ze zijn niet echt meneer, ook zij zijn een illusie, een verhaal over geld en macht. Geld en macht die op hun beurt een uitvinding zijn van de mens. Geld is slechts een stukje papier met een cijfertje op, de waarde ervan werd bepaald door ons mensen meneer. En voor dat geld meneer, voor dat stukje papier – ooit ingevoerd om makkelijker en eerlijker handel te voeren, om het leven aangenamer te maken – leggen wij ons elke dag krom en wordt er zelfs oorlog gevoerd…voor niets meneer, voor lucht meneer, voor een illusie meneer.

Het zijn niet alleen uiterlijke kenmerken of tastbare zaken meneer, het gaat ook over ideeën, waar wij de pretentie hebben betere ‘ideeën’ te hebben dan zij. Eén van de afgelopen verkiezingscampagne ideeën ging over dierenrechten of toch over het verschil van rechten voor dieren tussen wij en zij, waar wij vinden het beter te doen dan zij. Misselijk makend en kwaad meneer. Neen, ik ben niet pro onverdoofd slachten om er maar 1 van te geven, maar dat wil ook niet zeggen dat onze manier beter is. We kweken ze in te grote aantallen, proppen ze in te kleine hokjes, ontnemen elke vrijheid, duwen ze vol met vuile antibiotica die niet alleen hen maar ook ons vergiftigen, we mishandelen ze…maar die verdoving op dat laatste moment maakt al het voorgaande leed goed? Het is niet omdat ze een spuitje op het allerlaatste moment krijgen dat we het recht hebben ons geweten te sussen en de vinger te wijzen naar die anderen voor hun gruwelijke daden, terwijl we blind zijn voor onze eigen misselijk makende praktijken… . En laat ons dan vooral zwijgen over van de minimaliserende reacties op schild en vrienden…Twee maten en gewichten meneer. Wij zijn geen haar beter dan zij, het is slechts een illusie, een verhaaltje dat we ons oh zo graag wijsmaken.

Maar niet alleen dieren- en mensenrechten meneer, ook ons kapitalistisch gedachtegoed willen we in ieders strot duwen, want het is het beste wat we hebben. Ruil je ‘religie’ in voor het ‘geloof’ in geld. Neen meneer ik ben niet religieus, maar het wordt tijd dat we inzien dat het kapitalisme ook een geloofsbelijdenis is, ééntje die eveneens dogmatisch is, die onderdrukt, ondermijnt en geen keuzevrijheid laat. Er is niemand in onze westerse maatschappij die de vrijheid heeft om niet te kiezen voor geld, althans niet als men wil (over)leven meneer. Jaar na jaar blijft de hoeveelheid pillen die we slikken voor mentale en medische ‘aandoeningen’ stijgen, jaar na jaar plegen er meer mensen zelfmoord in onze westerse kapitalistische maatschappij… komaan wereld… kies voor het kapitalisme, want het is het beste wat we hebben… illusie en realiteit meneer.

Neen meneer, we zijn niet in staat, we zijn niet in staat om eerst in eigen boezem te kijken alvorens een vinger te wijzen. Martin Luther King had een droom meneer en ik heb hem ook, ik droom dat alle ethici op deze planeet rechtstaan meneer, dat ze rechtstaan en zeggen ja, we kunnen in de basisbehoeften van alle mensen voorzien en neen, niet elke scheet hoeft geld te kosten, maar we kunnen en we willen omdat we mensen zijn, omdat de oplossingen er al lang zijn maar tegengehouden worden uit angst voor verlies van geld en macht. Ja, we kunnen, maar enkel over de fictieve grenzen heen, ja, we kunnen… enkel samen. Ik droom meneer, ik droom van logica en oprechtheid en integriteit en echtheid en ondubbelzinnigheid en ethiek meneer, ethiek en verantwoordelijkheidszin en kwaliteit en menselijkheid en zelfreflectie en empathie… .

Advertenties

ALS DE WAARDE VAN EEN MENSENLEVEN VLUGGER DEVALUEERT ALS DAT VAN GELD. Mijmeringen ter voorbereiding van 14 oktober 2018

Normaliter is geschiedenis de beste leerschool voor mens en maatschappij. Het zijn bouwstenen die ons op weg kunnen helpen, om de dingen anders en (idealiter) beter te doen. Dit is wat dan ‘vooruitgang’ wordt genoemd. Toch zien we vaak een slingerbeweging ontstaan, waarmee we niet vooruit gaan, maar eerder achteruit. Zo zijn er verschillende economen die al geruime tijd aan de alarmbel trekken, omdat zij van mening zijn dat de middenklasse dreigt te verdwijnen, wat zorgt voor een meer gespleten maatschappij, grote ongelijkheid en meer onzekerheid. Als geschiedenis ons iets kan leren, dan is het dat deze sociale ongelijkheid en financiële onzekerheid hand in hand gaan met meer onethische en inhumane gedachten en praktijken. De autobiografie van Stefan Zweig, De wereld van gisteren, is hiervan een prachtige getuigenis.

Zweig, auteur van Joodse afkomst, tekende zijn levensverhaal op van zijn wereld voor WO I en tussen WO I en WO II. In 1942 pleegde hij samen met zijn vrouw in Brazilië zelfmoord, omdat hij zijn geloof in Europa opgegeven had. Volgens hem was het ontstaan van het wantrouwen in de autoriteiten en de inflatie ten gevolge van WO I de voedingsbodem voor WO II.  Waar het begin van WO I gepaard ging met een complete euforie van het volk, de strijd voor vrijheid, kende het einde het doorprikken van de illusie van juistheid en goedheid van de overheden. Gevolg: het compleet afzetten tegen de bestaande autoriteiten, bij ons bekend als de “roaring 20’s”. Na Oostenrijk volgde de desastreuze inflatie in Duitsland, waar de prijs van een ei steeg naar de prijs van een huis van voor de oorlog en een huis voor een symbolische Mark kon gekocht worden. Rijken werden arm, oplichters werden rijk…elke structuur en houvast onbestaande. Het was door deze chaotische broeihaard dat een door economie ondersteunde Hitler een plaats kon verwerven. Hij bracht structuur en meer financiële armkracht voor het creperende Duitse volk. Geld, stabiliteit en de angst voor het verlies ervan bracht Duitsland in de wereld van het-niet-willen-weten.

De vraag die Zweig zich stelde was waar de reactie van Europa en de rest van de wereld bleef op Hitler’s  gradueel verergerende inhumane daden? Een deel was zeker te wijten aan het gebrek aan waarde van Hitler’s woord. A betekende geen A voor hem, hij paaide en loog tegen iedereen die hem kon dienen, afspraken en verdragen kenden geen waarde. Het andere deel kan hier niet door verklaard worden. Misschien is de grootste erfenis van deze oorlogen nog steeds het geïnstalleerde wantrouwen, een wantrouwen dat zich besmettelijk uitgebreid heeft over de grenzen van autoriteiten heen. Daar waar de overheden al hun pijlen hadden moeten inzetten op het herstel van dit vertrouwen, zien we in realiteit het tegenovergestelde. Onze kranten berichten over leugens, huichelarij en eigen gewin van (onze) overheden met als gevolg dat dit een breder maatschappelijk draagkracht heeft gekregen. Kan men verwachten dat burgers een ‘correcte’ houding aannemen, terwijl de top de boel beliegt en bedriegt? U vraagt ons de regels te volgen, onze belastingen tijdig en correct te betalen, onze maatschappelijke plichten te vervullen, maar ook op u komt het aan. Elke keer weer hebt u geld (en tegenwoordig ook energie) te kort, geld (en/of energie) waarnaar u dient ‘te zoeken’? Door het steeds meer (financiële) eisen te stellen van uw burgers, creëert u onrust en angst en zet u de poorten voor onethisch en inhumaan denken en handelen wagenwijd open. U lijkt niet te beseffen dat u zelf de sleutel in handen hebt, maar dan is ‘verantwoordelijkheid’ een vies concept geworden, l’enfer c’est les autres, een vleesgeworden waarheid.

Een maatschappij waar wantrouwen, het zichzelf indekken, het ontlopen van verantwoordelijkheden en het (persoonlijke) op hol geslagen financieel gewin op de voorgrond staan – in de eerste plaats uitgevoerd door onze eigen overheden – vormen niet alleen een broeihaard voor het rechtse gedachtegoed, voor het aanwakkeren van (irrationele) angsten, voor dehumanisering en de teloorgang van ethiek, maar is tevens het beste recept voor oorlog.

Ik geef het woord aan Stefan Zweig, woorden die zo’n 80 jaar geleden geschreven maar griezelig genoeg up-to-date zijn…in de hoop dat wij het lef zouden hebben de spiegel voor te houden, ons letterlijk te verplaatsen in de schoenen van die anderen en andere keuzes durven maken………in de hoop dat er ‘wijs’ gestemd mag worden op 14 oktober.

“…De val van Oostenrijk bracht een verandering in mijn privéleven die ik eerst voor totaal onbelangrijk en louter formeel aanzag; ik raakte er mijn Oostenrijkse pas mee kwijt en moest aan de Engelse autoriteiten een wit surrogaatformulier, een statenlozenpas vragen. Vaak had ik mij in mijn kosmopolitische dromerij heimelijk voorgesteld hoe heerlijk het zou zijn, en hoe passend bij mijn overtuigingen, stateloos te zijn, aan geen enkel land verplicht en daardoor overal zonder onderscheid thuis. Maar ik moest weer eens toegeven hoe ontoereikend onze simpele fantasie is, en dat je juist de belangrijkste ervaringen pas begrijpt als je ze zelf hebt gehad. Toen ik tien jaar eerder Merezjkovski eens in Parijs ontmoette en hij zich bij mij beklaagde dat zijn boeken in Rusland verboden waren, had ik hem in mijn onervarenheid nog tamelijk naïef proberen te troosten door te zeggen dat dat toch niet zo veel betekende tegenover de verspreiding ervan over de hele wereld. Maar hoe goed begreep ik, toen later mijn eigen boeken uit de Duitse taal verdwenen, zijn klacht dat hij het woord dat hij had gecreëerd alleen in vertalingen, in een verdund, veranderd medium kon laten verschijnen. En net zo begreep ik pas op het ogenblik dat ik na lang wachten op de smekelingenbank bij de Engelse vreemdelingendienst mocht plaatsnemen, wat de ruil van mijn pas tegen een vreemdelingenpapier betekende. Want op mijn Oostenrijkse pas had ik recht gehad. Elke Oostenrijkse consulaatambtenaar of politieofficier was verplicht geweest mij als burger met alle rechten er één te bezorgen. Maar om het Engelse vreemdelingenpapier dat ik kreeg, moest ik vragen. Het was een gevraagde gunst, en bovendien een gunst die mij elk ogenblik weer ontnomen kon worden. Van de ene dag op de andere was ik weer een trede verder omlaag gegleden. Gisteren nog een buitenlandse gast en tot op zekere hoogte een gentleman die hier zijn internationale inkomsten uitgaf en zijn belastingen betaalde, was ik emigrant geworden, ‘vluchteling’. Ik was afgezakt naar een lagere, zij het niet oneervolle categorie. Bovendien moest elk buitenlands visum op dit witte papier van nu af speciaal worden aangevraagd, want men koesterde in alle landen wantrouwen tegenover de ‘soort’ mens waar ik plotseling bij hoorde, tegenover de rechteloze, de vaderlandloze, die men in geval van nood niet de deur uit kon zetten en terugsturen naar zijn land van herkomst als hij lastig werd en te lang bleef, zoals dat met anderen kon. En ik moest steeds denken aan de uitspraak die een Russische balling jaren geleden eens tegen mij had gedaan: ‘Vroeger had een mens alleen een lichaam en een ziel. Nu heeft hij ook nog een pas nodig, anders wordt hij niet als mens behandeld.’

 

Inderdaad: misschien maakt niets de enorme terugval die de wereld sinds de Eerste Wereldoorlog heeft doorgemaakt duidelijker dan de inperking van de bewegingsvrijheid van de mensen en van hun vrijheidsrechten. Voor 1914 was de aarde van alle mensen geweest. Iedereen ging waar hij wilde, en bleef zo lang als hij wilde. Er bestonden geen verblijfsvergunningen, geen reispapieren, en ik geniet steeds weer van de verbazing van jonge mensen als ik hun vertel dat ik voor 1914 naar India en Amerika reisde zonder een pas te bezitten of er zelfs ooit maar één gezien te hebben. Je stapte in en je stapte uit, zonder iets te vragen of vragen te beantwoorden, van de honderd formulieren van tegenwoordig hoefde je er niet één in te vullen. Er bestonden geen permits, geen visa, geen verplichtingen; dezelfde grenzen die nu door middel van douaniers, politie, marechaussee en dankzij het pathologische wantrouwen van allen tegenover allen in prikkeldraadversperringen zijn veranderd, waren toen niet meer dan symbolische lijnen die je even zorgeloos overstak als de Greenwich meridiaan. Pas na de Eerste Wereldoorlog begon de vernietiging van de wereld door het nationaalsocialisme, en als eerste fenomeen bracht deze geestelijke epidemie van deze eeuw de xenofobie voort, de vreemdelingenhaat of in elk geval de angst voor vreemdelingen. Overal ging men zich verdedigen tegen de buitenlander, overal werd hij buitengesloten. Al de vernederingen die vroeger alleen voor misdadigers waren uitgevonden, werden nu voor en tijdens het reizen opgelegd aan de reiziger. Je moest je van links en rechts laten fotograferen, en profil en en face, je haar zo kort geknipt dat ze je oren konden zien, je moest vingerafdrukken laten maken, eerst alleen je duim, later alle tien je vingers, je moest bewijzen, door de politie afgegeven bewijzen van goed gedrag, aanbevelingsbrieven kunnen laten zien, uitnodigingen en adressen van familie, je moest morele en financiële garanties kunnen overleggen, formulieren invullen en ondertekenen in drievoud en viervoud, en als er aan de pak formulieren één ontbrak, was je verloren.

Het lijken kleinigheden. En op het eerste gezicht lijkt het misschien futiel dat ik ze überhaupt vermeld. Maar met deze zinloze ‘kleinigheden’ heeft onze generatie kostbare tijd, die nooit meer terugkomt, zinloos verdaan. Als ik zou uitrekenen hoeveel formulieren ik in die jaren heb ingevuld, hoeveel verklaringen bij elk reis, belastingformulieren, deviezenopgaven, grenspapieren, verblijfsvergunningen, uitreisvergunningen, aanmeldingen en afmeldingen, hoeveel uur ik in wachtkamertjes van consulaten en overheidsinstellingen heb doorgebracht, tegenover hoeveel ambtenaren ik heb gezeten, vriendelijke en onvriendelijke, verveeld en overwerkte, hoeveel doorzoekingen en ondervragingen aan grenzen ik heb meegemaakt, dan voel ik pas echt goed hoeveel menselijke waardigheid er verloren is gegaan in deze eeuw, die wij ons als jongen mensen droomden als een eeuw van vrijheid, van wereldburgerschap. Hoeveel van onze productiviteit, onze creativiteit, ons denken is ons niet ontnomen door deze tegelijkertijd vernederende tijdverspilling. Want we hebben gedurende die jaren allemaal meer ambtelijke verordeningen bestudeerd dan waardevolle boeken, de eerste gang in een vreemde stad of een vreemd land was niet meer zoals vroeger naar musea of landschappen, maar naar een consulaat, een politiebureau, om een ‘vergunning’ te halen. Als we bij elkaar zaten, dezelfde mensen die vroeger spraken over gedichten van Baudelaire of hartstochtelijk over intellectuele problemen discussieerden, dan betrapte we ons erop dat we het over permits en verklaringen hadden, en over de vraag of je een verblijfsvergunning moest aanvragen of een toeristenvisum; of je een kleine ambtenares kende op een consulaat, die het wachten voor je kon verkorten, was de laatste tien jaar belangrijker voor je bestaan dan je vriendschap met Toscanini of Rolland. Voortdurend moest je als mens met een vrijgeboren ziel voelen dat je object was en niet subject, dat niets ons recht was en alles alleen gunst van de autoriteiten. Voordurend werd je verhoord, geregistreerd, genummerd, gefouilleerd, gestempeld, en vandaag nog onderga ik als hardleers mens uit een vrijere tijd en burger van een gedroomde wereldrepubliek elk van deze stempels in mijn pas als een brandmerk, elk van deze vragen en doorzoekingen als een vernedering. Het zijn kleinigheden, altijd maar kleinigheden, ik weet het, kleinigheden in een tijd waarin de waarde van een mensenleven nog vlugger gedevalueerd is dan die van het geld. Maar toch, door het vastleggen van deze kleine symptomen maak je het een latere tijd mogelijk klinisch de geestelijke verhoudingen en de geestelijke stoornissen te onderzoeken die onze wereld beheersten tussen de wereldoorlogen.

Misschien was ik voor die tijd te veel verwend. Misschien ben ik ook wel overgevoelig geworden door de abrupte omschakelingen van de laatste jaren. Elke vorm van emigratie veroorzaakt op zichzelf onvermijdelijk al een soort evenwichtsstoornis. Je verliest – ook dat moet je hebben meegemaakt om het te begrijpen – iets van je evenwicht als je niet meer je eigen grond onder de voeten hebt, je wordt onzekerder, wantrouwiger tegenover jezelf. En ik moet bekennen dat ik sinds het ogenblik waarop ik door het leven moest met vreemde papieren en passen, mijzelf nooit meer helemaal als een geheel met mijzelf heb gevoeld. Iets van de natuurlijke identiteit met mijn oorspronkelijke en essentiële ik is voor altijd verstoord gebleven. Ik ben terughoudender geworden dan eigenlijk bij mijn aard past en heb – ik, de voormalige kosmopoliet – tegenwoordig voortdurend het gevoel dat ik voor elke ademtocht die ik een ander volk ontneem afzonderlijk dankbaar moet zijn. Als ik er nuchter over nadenk, weet ik natuurlijk wel hoe absurd zulke hersenspinsels zijn, maar wat betekent het verstand tegenover je eigen gevoel! Mij heeft het niet geholpen dat ik bijna een halve eeuw mijn hart ertoe heb opgevoed wereldburgerlijk te kloppen als dat van een ‘citoyen du monde’. Neen, op de dag dat ik mijn pas kwijtraakte, ontdekte ik met mijn achtenvijftig jaar dat je meer dan een afgepaald stukje aarde verliest als je je land verlies.”

(foto afkomstig van website unicef: https://www.unicef.be/nl/vluchtelingen-in-europa-toen-en-nu-2/)

BRIEF AAN MINISTER DE BLOCK

Beste Minister van Volksgezondheid, beste mevrouw De Block

Met enige interesse mocht ik vernemen dat u stappen hebt gezet op gebied van terugbetaling van een bezoek aan een psycholoog met als doel de stap naar de geestelijke gezondheidszorg te verkleinen en erger te voorkomen voor die mensen met ‘matige’ en veelvoorkomende psychische problemen, zoals angststoornissen, depressie of alcoholverslaving. Maar ook wie zijn partner of kind verloor of een trauma opliep kan van de regeling gebruik maken.

U bent bereid de intekenende psychologen een betaling van 60 euro voor de eerste sessie en 45 euro voor de overige sessies met een maximum van 8 sessies te betalen mits een voorschrift van een arts of een psychiater.

Bravo, wat een heuse, maar vooral ‘holle’ zet der verkiezingen!

Het is duidelijk dat u niet veel kaas gegeten hebt van de praktijk, van de realiteit. U durft ‘stoornissen’, alcohol-‘verslaving’, ‘rouw rond een kind of partner’ en ‘trauma’ te combineren met “matige” problemen en “kortdurende” therapieën?!

Mijns inziens mevrouw De Block wordt het hoogtijd dat u uw ivoren toren verlaat. Laat mij zeer duidelijk zijn: Indien er gesproken wordt over een ‘stoornis’, ‘verslaving’, ‘rouw owv kind of partner’ en ‘trauma’ dan zijn dit  GEEN matige problemen! Moest u werkelijk voeling en notie hebben van realiteit, praktijk en theorie dan zou u enkel kunnen vaststellen hoe lang zulke problemen aanslepen en hoe groot het herval is indien men kiest voor een kortdurende vorm van therapie. Uw trots zou zich inruilen voor schaamte.

Bovendien spuwt u impliciet in de gezichten van mensen in nood. U zegt namelijk dat de kwestie op 4 sessies onder controle moet zijn. Is het dat niet, dan is het de verantwoordelijkheid van het individu zelf en mogen ze alsnog de volle pot betalen. Uiteraard is een verlenging tot 8 sessies mits een nieuw voorschrift van arts of psychiater mogelijk, maar zelfs deze 8 sessies zijn te belachelijk voor woorden.

Laat ons voornamelijk eerlijk blijven, want u beoogt zelfs deze 8 sessies niet! Wiskunde heeft mij geleerd dat indien u 120.000 mensen viseert en u 60 euro voor de 1ste sessie en 45 euro voor de komende sessies zou betalen dat u niet met uw budget van 22.5 miljoen euro zou toekomen. 120.000 * 195 euro (4 sessies) = 23.4 miljoen euro. Indien iedereen 8 sessies voorgeschreven zou krijgen, komt dit neer op 45 miljoen euro of u zou een tekort hebben van 100%! Maar goed zoals iedereen wel weet, zijn wiskunde en onze overheid geen vrienden van elkaar.

Een volgend punt waar u compleet de mist ingaat is de voorwaarde van een voorschrift door een arts of psychiater. Graag had ik u er op gewezen dat een arts niet opgeleid is om een diagnose op het gebied van de geestelijke gezondheid te stellen, psychologen zijn dat wel. Het is niet omdat een arts wat lectuur heeft doorgenomen of een voordracht bijwoonde, dat hij voldoende onderlegd is op dit gebied!

Indien u alsnog van mening bent dat hij/zij dit wel kan, dan verklaar ik heden dag elke Belg tot arts…iedereen heeft wel iets hieromtrent gelezen en volgens u blijkbaar voldoende om diagnostisch of ernst inschattend aan de slag te gaan. U verkiest met andere woorden een onopgeleid persoon boven een opgeleid persoon?!

Wat het voorschrift van een psychiater betreft, daag ik u uit om een afspraak binnen de 4 maanden te versieren. Bonne Chance!

Algemeen kan er alleen maar vastgesteld worden dat u een overtollige maatschappelijke en persoonlijke kost creëert door mensen 1st langs een arts of een psychiater te sturen..of is er hier een andere ‘verborgen’ agenda in het spel?

Aangaande de tarieven van psychologen is mijn boodschap dubbel en kan ik enkel spreken vanuit mezelf en mijn ervaring met sommige andere collega’s. Er zijn namelijk psychologen die al jaar en dag rekening houden met het inkomen van de mensen die hen consulteren. De geestelijke gezondheidssector is in de 1ste plaats een ethische sector of zou dat toch moeten zijn. Sommige van ons zetten mensen in nood niet op straat en zeker niet omwille van een tekort aan financiële middelen. Deze groep psychologen bestaat en nemen al jaren de verantwoordelijkheid van de minister van volksgezondheid voor persoonlijke rekening!
Anderzijds en meer structureel hebt u het ‘lef’ om de tarieven van vrije beroepen op te leggen?! Beste mevrouw De Block, u vergeet blijkbaar dat wij, uw burgers, uw werkgever zijn en niet andersom. Wij betalen u om ‘structurele’, ‘echte’ en ‘langdurige’ antwoorden te formuleren…niet voor holle en populistische antwoorden die u een ticket voor de volgende verkiezingen verschaffen.

U wilt klaarblijkelijk scoren, maar zit mijlenver van het doel. Uiteraard kan ik u en uw collega’s beleidsmakers wel een aantal tips geven die EN relevant zijn in realiteit EN deel kunnen uitmaken van een structureel en langdurig antwoord op een algemeen heersende maatschappelijk nood en probleem EN tips waarmee u zal kunnen scoren met de opkomende verkiezingen. Hier komen ze dan:

Tip 1: ‘Start bij uzelf!’ Zo zouden we in het kader van budgettaire tekorten en gapende loonkloven kunnen starten met een loonsverlaging van al onze beleidsmakers met minstens 30%.

Tip 2: Voer een strikte scheiding in tussen politiek en economie. Geen extra postjes, geen vriendjespolitiek, geen belangenvermenging…..ethiek op de eerste plaats!

Tip 3: Wisten jullie dat mensen eerder geld uitgeven als ze geld hebben? Dat is toch hetgeen jullie willen, de economie laten draaien? Jullie denkpiste dat mensen hun geld zouden uitgeven als het niets opbrengt…is een-van-de-pot-gerukte-logica en kan enkel geformuleerd worden door mensen die elke maand 5 cijfers op hun bankrekening zien verschijnen.

Ik ben ervan overtuigd dat alleen al deze 3 tips geen 120.000 mensen, maar 11.000.000 mensen zou helpen!

Voor wat de terugbetaling van ambulante geestelijke gezondheidszorg betreft, leer eerst de praktijk kennen en staar u niet blind op nietszeggende statistieken. Wat zal u verbaasd zijn over hoe groot de discrepantie tussen papier en realiteit is! Toch is het enkel deze realiteit die u de nodige informatie zal geven om ‘relevante’ en ‘betekenisvolle’ richtlijnen te kunnen formuleren…als dit uiteraard werkelijk uw doel is?!

Hoe het ook wezen mag, ik groet u vriendelijk.

FILOSOFISCHE BESCHOUWINGEN DEEL II: GESCHIEDENIS VAN DE RECHTEN VAN DE VROUW EN DE ONDERLIGGENDE DYNAMIEK

Paula Sémer zei in De Morgen: “Vrouw ken uw geschiedenis” en gelijk heeft ze. Ik zou het willen uitbreiden en zeggen: “Mens ken uw geschiedenis”, waarbij (historische) feiten rond vrouwenrechten een uitgangspunt kunnen vormen. Mijns inziens toont deze geschiedenis een fundamentelere menselijke dynamiek enerzijds en een systeem dat waarheid, mens en maatschappij construeert anderzijds.

Het is niet de bedoeling om een exhaustief verslag te geven over de geschiedenis van de vrouw. Daarvoor verwijs ik met graagte naar Simone De Beauvoir, de tweede sekse; en Karin Johannisson, Het Duistere Continent, twee werken die mede vormgeven aan deze beschouwing.

Gelijkheid mag in deze kwestie niet gelijkgesteld worden aan ‘hetzelfde’ wel aan ‘gelijkwaardigheid’, twee betekenissen die vaak door elkaar gehaspeld worden. In dit schrijven doel ik met gelijkheid dan ook op de tweede betekenis.

Algemeen valt niet te ontkennen dat van gelijkheid der seksen nog steeds geen sprake is. Het gegeven dat de rechten van de vrouw expliciet vermeld worden onder ‘mensenrechten’, mag dit eveneens duidelijk maken. Ze moeten nog steeds apart verdedigd en bewaakt worden. Vraag is waarom? Hoe komt het dat de vrouw nog steeds als minderwaardig aanzien wordt? En waar komt dit denken vandaan?

De Beauvoir is op dit punt recht voor de raap. Ze stelt: “Het heden heeft zich ontwikkeld uit het verleden en in het verleden is de hele geschiedenis gemaakt en bepaald door mannen.” Dit is geen onbelangrijk gegeven en als we dit historische feit in een wetenschappelijk model gieten dan zou de optekening van onze geschiedenis en van ons gedachtegoed de wetenschappelijke toets niet doorstaan.

Ik verklaar mij nader: één van de belangrijkste punten bij wetenschap en objectiviteit is dat de steekproef de realiteit dient te representeren. Realiteit is dat ongeveer 50% van de bevolking van het vrouwelijke geslacht is, maar realiteit is ook dat meer dan 95% van de optekening van onze geschiedenis en van ons gedachtegoed door (blanke) mannen gebeurde. Wetenschap stelt dat indien een bepaalde groep individuen meer kans heeft om opgenomen te worden in een studie, resultaten verstoord zullen zijn, geen weerspiegeling zijn van de realiteit. Dit fenomeen bekend als selectiebias toont dat onze opgetekende geschiedenis en ons gedachtegoed niet alleen onwetenschappelijk is, maar ook erg subjectief. Op basis van deze subjectieve blik, blijven vrouwen over de hele wereld tot de dag van vandaag in de ondergeschikte positie staan.

Volgens De Beauvoir is de invoering van het privébezit een belangrijke factor in het ontstaan van ongelijkheid, een punt waar macht en dominantie zich tonen. Misschien is het niet toevallig dat ongelijkheid zich bij ons daar het duidelijkst toont?

Doorheen de hele geschiedenis waren vrouwen slecht, duivels en incapabel om privébezit te hebben. Laat ons niet vergeten dat zelfs in de jaren ’70 de vrouw nog toestemming van haar man nodig had om een eigen rekening te openen en dit ondanks de Grondwet daterend van 7 februari 1831 duidelijk stelt dat “Iedere Belg gelijk is voor de wet”. De discrepantie tussen wat er op papier staat en hoe realiteit is, toont zich als een gapende wonde. Werkgevers, inclusief de Belgische Staat, schaden de Grondwet in realiteit bijna 200 jaar straffeloos.

Sinds mensenheugenis hebben wetgevers, priesters, filosofen en geleerden er zich op toegelegd te bewijzen dat de ondergeschikte positie van de vrouw “de wil des hemels” was. Zo staat in elke historische wetgeving op één of andere manier te lezen dat de vrouw waardeloos is en bezit is van de man. Paulus schrijft: “Zoals de kerk onderworpen is aan Christus, zo is ook de vrouw in alle dingen onderworpen aan de man”. Chrysostomus: “Onder de wilde dieren is er niet één dat schadelijker is dan de vrouw.” Thomas van Aquino schrijft dan weer: “De man is het hoofd van de vrouw, zoals Christus het hoofd van de man is. Onveranderlijk staat vast dat de vrouw bestemd is om onder de heerschappij van de man te leven, en evenzeer staat vast dat zij zelf geen enkele macht bezit.”

Tegen het einde van de 19de eeuw, niet toevallig op het moment dat sommige vrouwen zich groepeerden om voor hun rechten te ijveren, krijgt de vrouw een nieuwe tegenstander…de wetenschap. Volgens de antifeministen konden vrouwen dezelfde rechten krijgen indien zij wetenschappelijk biologische bewijzen konden aanleveren over de gelijkheid tussen vrouwen en mannen. Een overvloed aan biologisch wetenschappelijke bewijsvoering afkomstig van de man over de onder- en ongeschiktheid van de vrouw was het resultaat. Vrouwen werden verkracht, tentoongesteld en opengesneden in naam van de wetenschap met als conclusie dat ze gestuurd werd door haar onderbuik, seksespecifieke en fragiele zenuw- en geestesstelsels en dus ongeschikt was voor het openbare leven.

Men kan niet ontkennen dat dit soort subjectieve constructies ‘bij ons’ grotendeels verleden tijd is, net zoals men niet kan ontkennen dat vrouwen over heel de wereld nog steeds de gevolgen dragen van dit soort constructies.

Deze (historische) feiten tonen enerzijds aan hoe een subjectief geconstrueerd (voor)oordeel de realiteit creëert, bepaalt en vormgeeft en hoe hardnekkig zulke ongefundeerde hersenspinsels zijn. Anderzijds lijkt deze geschiedenis een fundamentelere dynamiek bloot te leggen. Dit soort patroon kan als een sjabloon gelegd worden op andere menselijke kenmerken, gaande van ras, religie, huidskleur…tot seksuele en genderidentiteit. De mens lijkt “een ander”, een onder- of ongeschikte, een slechte of duivelse persoon of groep nodig te hebben om bestaansrecht op te eisen.

Mijns inziens hebben deze 2 zaken belangrijke implicaties voor de praktijk.

  1. Gezien de mens sinds mensenheugenis nood heeft aan “een ander” waartegen men zich kan verzetten, wordt de vraag wat er nodig zal zijn om gelijkheid te kunnen bewerkstelligen erg prominent. Hebben we werkelijk een vijand van het menselijk ras nodig opdat we zulke irrelevante verschillen kunnen opzijzetten?
  2. Gezien absurde creaties eeuwen meegaan en onze maatschappij tot de dag van vandaag vormgeven, kan de vraag gesteld worden wat de waarde is van “korte termijn” visies, een fenomeen waar onze maatschappij op allerlei gebied (gaande van wetgeving tot psychotherapie) prat opgaat?
  3. Ook al zijn de wetten rond mensenrechten absoluut noodzakelijk, toch kunnen we de vraag stellen wat de daadwerkelijke waarde ervan is als ze straffeloos genegeerd mogen worden? Wordt op deze manier de poort voor allerlei vormen van discriminatie niet wagenwijd opengehouden? Leidt zulke dubbele boodschap net niet tot het in stand houden van discriminatie?

Willen we werkelijk evolueren naar een maatschappij waar ‘de mens’ centraal staat, dan zullen we niet alleen beter zicht moeten krijgen op onszelf en onze eigen valkuilen, maar dan zullen onze beleidsmakers eveneens ondubbelzinnig kleur dienen te bekennen en ‘daad’ bij het woord moeten voegen.

FILOSOFISCHE BESCHOUWINGEN OVER VROUWENRECHTEN….MENSENRECHTEN: DEEL 1 GEVOLGEN VAN IMPLICIETE EN DUBBELZINNIGE BOODSCHAPPEN INZAKE DE LOONKLOOF

Menig woord werd reeds versleten aan de rechten van de vrouw, maar ondanks deze veelheid en de wetgeving inzake gelijkheid (überhaupt de allereerste die gelijkheid der seksen over de ganse lijn nastreeft) blijft ongelijkheid ‘ook’ op nationaal niveau bestaan. De duidelijkste uiting hiervan vinden we terug in de bestaande loonkloof tussen vrouwen en mannen.

In dit eerste deel zet ik de spot op dit feitelijke gegeven, hoe hierover gerapporteerd, geschreven en gedacht wordt met diens impliciete en dubbelzinnige boodschappen. Op latere tijdstippen tracht ik het thema ‘vrouwenrechten…mensenrechten…mens-zijn’ verder uit te diepen aan de hand van onze geschiedenis enerzijds en filosofische geschriften anderzijds.

Voor eerst de loonkloof[1], waarbij ik start met het overlopen van de belangrijkste resultaten en bevindingen gevolgd door een kritische lezing van de afzonderlijk gerapporteerde verklarende factoren.

Belangrijkste resultaten en bevindingen:

Door de band genomen wordt er een onderscheid gemaakt tussen gemiddeld bruto uur- en gemiddeld bruto jaarloon. Het verschil tussen de waarden wordt voornamelijk verklaard door het effect van parttime werk, een effect dat zich toont in het gemiddeld bruto jaarloon. Waar het 1ste, het uurloon, een gemiddelde kloof toont van 8%, toont het laatste, gemiddelde jaarloon, een kloof van 21%.

Deze gemiddelde waarden verhullen echter grote discrepanties afhankelijk van het statuut van de werknemer. De uur loonkloof tussen vrouwen en mannen bij bedienden bedraagt 22%, bij arbeiders 19%, bij contractuele ambtenaren 2% en bij statutaire ambtenaren -5%.
Als het gemiddelde bruto jaarloon uitgespit wordt naar statuut, vindt men dat vrouwelijke arbeiders 38%, vrouwelijke bedienden 32%, vrouwelijke contractuele ambtenaren 17% en vrouwelijk statutair personeel 8% minder verdienen dan hun mannelijke collega’s.

Extralegale voordelen werden niet opgenomen in de enquête, maar op basis van fiscale gegevens zijn een aantal zaken duidelijk. Zo is de loonkloof terugbetaling woon-werkverkeer 14%, de loonkloof bijdragen aanvullend pensioen 37%, en de loonkloof aandelenopties 40%. Of met andere woorden vrouwen krijgen 14% minder woon-werkverkeer terugbetaald, 37% minder bijdragen aanvullend pensioen en 40% minder in aandelenopties dan mannen.

Volgens de rapporten is de loonkloof niet enkel te verklaren door ‘pure’ discriminatie en zijn er andere verklarende factoren in het spel. Deze factoren zijn parttime werk, leeftijd, opleiding, burgerlijke staat en gezinssamenstelling, nationaliteit of herkomst en segregatie.

Al deze factoren samen verklaren 48.2% van de loonkloof tussen mannen en vrouwen. Dit wil zeggen dat 51.8% onverklaard is en gaat over ‘zuivere’ loondiscriminatie of met andere woorden “zelfs met dezelfde anciënniteit, leeftijd, werkzaam in dezelfde sector, met hetzelfde beroep en opleidingsniveau als een man, verdienen vrouwen nog steeds minder.”

Met betrekking tot het verklaarde deel van de loonkloof wordt er in de rapporten terecht gesteld dat ‘verklaard’ niet gelijk is aan ‘aanvaard’. Een groot aantal opgesomde verklarende factoren geven eveneens blijk van discriminatie. Mijns inziens zelfs meer dan toegegeven wordt.

In dit verband is het belangrijk in acht te nemen dat de strijd naar gelijkheid gaat over een strijd naar a) keuzevrijheid en b) gelijkwaardigheid. Met graagte citeer ik Nina Van Eeckhaut (De Morgen 14/04/2018): “Gelijkheid is geen synoniem van uniformiteit.”

In onze maatschappij wordt er steeds uitgegaan van een ‘norm’, een ‘normaliteit’ of ‘hoe het idealiter hoort te zijn’ waarmee iedereen zichzelf of anderen vergelijkt. Mensen zijn meer of minder dan de vooropgestelde norm. Zoals zal blijken, is de norm in deze context voornamelijk van het mannelijke geslacht.

 Kritische lezing van de verklarende factoren

  1. Parttime werk

De belangrijkste aangehaalde verklarende factor voor de loonkloof is parttime werk. Zo blijkt dat 43.9% van de vrouwelijke en 9.6% van de mannelijke werknemers deeltijds werkt. Parttime werk is doorgaans slechter betaald dan fulltime werk. Indien er meer vrouwen zijn die parttime werken zal dit het gemiddelde van het vrouwelijke loon naar beneden halen en dus een verklaring vormen voor de discrepantie in de lonen. Op het eerste zicht heeft dit niets met discriminatie te maken. Toch vermelden de rapporten dat dit een uiting kan zijn van een stereotiep rollenpatroon, zijnde uitwerkende man en zorgende vrouw. De zorg voor derden wordt dan ook door meer dan 50% van de parttime werkende vrouwen als reden aangehaald.

Mijns inziens is de belangrijkste vraag in dit debat wat het aandeel van de ‘keuzevrijheid’ is. Als iemand volledig vrij kiest parttime te werken, moet er geen probleem van gemaakt worden. Echter, indien de keuze bezoedeld wordt door onvrijheid is het een ander paar mouwen. Kiest een vrouw voor de zorg omdat de (kinder)opvang te duur is, omdat er gekozen wordt voor het hoogste loon dat doorgaans het mannelijke loon is, omwille van stigma bij de zorgende man, omwille van repercussies op het werk van de man indien hij meer zorg zou opnemen, enz. dan spreken we over een onvrije keuze en wordt dit een vorm van discriminatie voor zowel de vrouw als de man. Het (her)vallen in een stereotiep rollenpatroon is niet alleen de oorzaak van de loonkloof, het is er ook het gevolg van.

De regering zou hierin haar steentje kunnen bijdragen op oa het gebied van het vaderschapsverlof. De huidige regeling van het vaderschapsverlof lijkt 1 grote grap. Hoe wilt u het stereotiep rollenpatroon doorbreken met zulk een regelgeving? U geeft immers impliciet de boodschap dat de zorg van een kind een vrouwelijke aangelegenheid is en dat de rol van de man hierin slechts minimaal is.

  1. Opleiding

Een tweede verklarende factor in de loonkloof is opleidingsniveau, hoe hoger de opleiding hoe hoger het loon. Dat er verschillen in loon qua opleidingsniveau bestaan is 1 ding, dat er een immens gapend gat bestaat, is een totaal ander gegeven en geeft blijk van impliciete boodschappen van discriminatie en van onze huidige maatschappelijke normen, waarden en prioriteiten.

Ik stel mij de vraag waarom eerder ‘vrouwelijk’ opleidingen en beroepen (financieel) ondergewaardeerd worden in vergelijking met eerder ‘mannelijk’ opleidingen en beroepen? Zo blijkt dat eerder ‘mannelijke’ beroepen meer verdienen dan ‘vrouwelijke’ beroepen ondanks eenzelfde opleidingsniveau. Gezien zulk een waardebepaling een louter subjectief gegeven is, kan de vraag gesteld worden welke boodschap anders gelezen kan worden dan dat onze maatschappij meer waarde hecht aan bv materiële, technische en financiële zaken en minder aan bv het menselijke aspect?

Als aanbeveling naar de toekomst toe wordt er een oproep gedaan dat meisjes in het onderwijs gestimuleerd moeten worden om meer mannelijke richtingen te kiezen en vice versa. Dit mag waar zijn, maar willen we de keuzevrijheid en dus de gelijkheid nastreven, dan begint het bij de wortel en deze is loutere discriminatie. De man, het mannelijke is de norm en heeft meer waarde dan het vrouwelijke, de vrouw. Ik herhaal Van Eeckhaut’s woorden…gelijkheid is geen synoniem voor uniformiteit.

Toch geven ook de statistieken onverbloemd blijk van deze waardebepaling. Indien het opleidingsniveau van de vrouw stijgt, stijgt de loonkloof. Letterlijk: “Zowel de lonen, als de loonkloof nemen toe bij een hoger opleidingsniveau. De loonkloof is het grootst bij hoger opgeleiden, namelijk 18% in de industrie en marktdiensten, het onderwijs, de gezondheidssector en de socio-culturele sector” op basis van gemiddeld bruto uurloon en ondanks dat het verschil in werkzaamheidsgraad tussen vrouwen en mannen kleiner wordt naarmate het opleidingsniveau stijgt.

In deze context is er ook een algemenere groeiende trend, namelijk de immense discrepantie tussen laag- en hoogopgeleiden. Om onze maatschappij draaiende te houden is iedere functie onontbeerlijk. In die zin stel ik dan ook de vraag of laagopgeleiden niet te zeer ondergewaardeerd worden en dat sommige hoogopgeleiden niet zwaar overgewaardeerd worden? Ik verklaar mij nader en verwijs naar een interessant onderzoek van Philip Tetlock, hoogleraar psychologie uit de VS, die zijn hele carrière wijdde aan het onderzoek van prognoses van erkende ‘experts’. Midden de jaren 80 selecteerde Tetlock 284 erkende experts op het gebied van politiek en economie, van journalisten tot hoogleraren. Belangrijk was daarbij dat ze als commentatoren in de openbaarheid getreden waren en op één of andere manier als adviseur prognoses over politiek – economische trends hadden opgesteld. Hij stuurde deze groep vragenlijsten over toekomstige ontwikkelingen toe en vergeleek gedurende 20 jaar deze antwoorden met feitelijke ontwikkelingen. In 2005 werden de resultaten gepubliceerd in het boek ‘Expert Political Judgment’, waarin hij concludeerde dat over het geheel genomen de kwaliteit van de deskundige prognoses niet beter waren dan louter toeval. Tetlock omschreef het als volgt: De experts zouden “door een dartpijltjes werpende chimpansee verslagen” zijn.

Gezien sommige experts 1000 €/dag (en meer) verdienen, kan misschien de vraag gesteld worden of zulke hoogopgeleide waarzeggers niet zwaar overgewaardeerd worden…te weten dat diegene die uw kind opvangt en verzorgt zo’n 85% minder verdient…?

Is de kloof niet al te gort geworden? Zijn onze maatschappelijke waarden, normen en prioriteiten niet al te economisch getint?

  1. Leeftijd

Een derde verklarende factor van de bestaande loonkloof is leeftijd, wat met ervaring en anciënniteit te maken heeft…echter naarmate de leeftijd stijgt, stijgt het loon…en de loonkloof. De loonkloof op basis van de gemiddelde bruto uurlonen bij 25-34 jaar is 2%, bij 35-44 jaar 7%, bij 45-54 jaar 10% en bij 55-64 jaar 16%.

De uitleg is dat vrouwen gemakkelijker hun loopbaan onderbreken, stereotiep rollenpatroon? Maar ook dat ze minder gemakkelijk promotie maken en de mogelijkheid om opleidingen te volgen beperkter zijn dan voor mannen. Impliciet: een man wordt meer waard naar mate hij ouder wordt, een vrouw minder?

  1. Burgerlijke staat en gezinssamenstelling; nationaliteit en herkomst

Beide verklarende factoren zijn ondubbelzinnige boodschappen van ongelijkheid.

Vrouw, uw marktwaarde daalt van zodra u een partner hebt en daalt nog eens indien u kinderen hebt (met of zonder partner). U bent het meeste waard als alleenstaande en het minste als u alleenstaande bent en kinderen hebt.

Man, uw marktwaarde stijgt indien u kinderen hebt. U bent het meeste waard indien u wel een partner hebt, maar geen kinderen. Uw waarde is op zijn laagst als u alleenstaande bent.

Of met andere woorden: Man u bent kostwinner van (om het even welk) gezin. Vrouw u staat in voor de zorg van het gezin, gij zult daardoor uw taken niet naar behoren kunnen uitvoeren…en zeker niet als u er  alleen voorstaat. Met je zorg…wordt je werk minder waard!

Over de factor nationaliteit en herkomst kan ik kort en bondig zijn…indien u geen Belg bent en vrouw bent…bent u de sigaar!…tenzij u van de VS zou komen. Kan iemand mij uitleggen wat het uitvoeren van een functie waarvoor iemand in dienst werd genomen en dus capabel geacht kan worden, te maken heeft met nationaliteit, herkomst, geslacht, genderidentiteit, leeftijd, etc.??? Maar ook…wat heeft geslacht, nationaliteit, herkomst, genderidentiteit, leeftijd, etc. te maken met kwaliteiten voor het uitoefenen van een bepaalde functie?

  1. Segregatie

Over horizontale segregatie had ik het reeds onder de noemer opleiding, over verticale segregatie of het glazen plafond valt er nog het één en ander te zeggen.

De quotawet van 28 juli 2011 die zegt dat minstens 1/3 van de vertegenwoordiging in de raden van bestuur van publieke instellingen en beursgenoteerde bedrijven vrouwen moet zijn, streeft mijn inziens geen gelijkheid na. Wiskunde heeft mij namelijk geleerd dat 1/3 ≠ 50%. De kans dat men zich er vanaf maakt wanneer de 1/3 ratio bereikt werd, is niet alleen vrij groot…het vertaalt zich in de statistieken, waar men in 2016 strandde op 28%.

Het geformuleerde advies ter wegwerking van de verticale segregatie met diens constatering van het nut van “coaching en mentoring systemen voor vrouwen in leidinggevende functies” geven mij de kriebels. Alsof een vrouw opgeleid dient te worden om een leidende positie te kunnen innemen?! Zulke systemen zijn er voor iedere leider in spé, niet alleen voor vrouwen. Impliciet wordt er gezegd dat leidende functies, mannelijke functies zijn, de vrouw dient zich te vermannen. Wat meteen de gangbare ‘norm’ duidelijk mag maken.

Mijn inziens heeft leiding geven niets te maken met geslacht, genderidentiteit, ras, religie, nationaliteit noch met afkomst. Er zijn zoveel soorten leiders dan er mensen zijn.

 Conclusie

De bestaande loonkloof die men opdeelt in een verklaard en onverklaard deel, is interessant…maar zelfs het verklaarde deel geeft duidelijk blijk van ongelijkheid, stereotiepe waardebepalingen, een gebrek aan keuzevrijheid…en dus discriminatie.

Aangehaalde verklarende factoren geven overduidelijk blijk van de heersende maatschappelijke ‘norm’. U bent meer waard als blanke man met eender welke vorm van gezin. Uw waarde stijgt naarmate uw leeftijd stijgt en u bezit inherent leiderschapskwaliteiten. Het opnemen van zorgende taken zal u zuur opbreken als kostwinner.

De vrouw wordt vaak geadviseerd haar rechten te kennen, te onderhandelen en te vergelijken. Indien discriminatie na vergelijking met mannelijke collega’s bespeurd wordt, dient ze dit te bespreken met haar werkgever of te melden bij het meldpunt voor discriminatie.

Op deze manier maakt onze overheid er zich wel erg makkelijk vanaf. De verantwoordelijkheid ligt bij u vrouw! Alle gekheid op een stokje, als er een volk is dat niet openlijk en eerlijk over het loon praat, dan zijn wij het Belgen. Naast deze schroom, is er ook nog de angst voor repercussies, zoals spot, stigmatisering en ontslag. Het hebben van een meldpunt binnen en / of buiten bedrijven is noodzakelijk, maar absoluut niet voldoende. Men gaat voorbij aan de logica en die is dat werkgevers niet discriminerend zouden mogen zijn. De regering zou haar verantwoordelijkheid niet mogen afschuiven op haar burgers, ze wordt er ten slotte ook door haar burgers voor betaald.

Graag wijs ik u op de expliciete opname in het regeerakkoord van de strijd tegen elke vorm van discriminatie en de strijd tegen straffeloosheid. Misschien wordt het tijd de daad bij het woord te voegen?…maar misschien moet daarvoor eerste elke vorm van economische belangenvermenging binnen de politiek stopgezet worden?

In 1979 werd in de VN het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen goedgekeurd. In 1985 bekrachtigde België dit Verdrag met de klemtoon op de non-discriminatie inzake onderwijs, tewerkstelling, economische en sociale activiteiten, en gelijke rechten en plichten van de vrouw en de man van het ouderlijke gezag. Met een zekere vorm van trots wordt er gezegd dat de loonkloof in 40 jaar gehalveerd is, terwijl schaamte meer op zijn plaats zou zijn.

België geeft zichzelf bovendien een schouderklopje want in vergelijking met andere landen doen we het niet slecht. Toch zou ik willen aanmanen tot voorzichtigheid. Ten eerste omdat een vergelijking in sé overbodig is. Wat andere landen doen of niet doen, mag geen excuus worden noch een lofzang.

Ten tweede kunnen studies niet zomaar vergeleken worden. Werden dezelfde onderzoeksmaterialen en methoden gehanteerd? Werden dezelfde sectoren bevraagd en geschat? Werd de schatting van ontbrekende gegevens op dezelfde manier gedaan? Werden dezelfde variabelen onderzocht? Werden de 2 niet opgenomen sectoren ook niet opgenomen in de studies van andere landen? Etc. Indien het antwoord op 1 of meerdere van deze vragen ‘neen’ is, is vergelijken van de bekomen resultaten niet alleen onmogelijk, het is zelfs klinkklare onzin.

Ik besluit met een opmerkelijk punt aangaande de uitgevoerde studie. Er wordt gesteld dat vrouwen die doorgaans minder verdienen slechter hun weg vinden tot de arbeidsmarkt. Ze zouden idealiter meer gestimuleerd moeten worden. Echter, zegt het rapport, als deze vrouwen dit zouden doen, zal het een nefast effect hebben op de berekening van de loonkloof…deze zou immers stijgen. Een terechte kanttekening, maar dan stel ik mij de vraag waarom de sector huishoudhulp niet in de studie opgenomen werd? Deze sector grotendeels door vrouwen uitgevoerd, is 1 van de slechtst betaalde sectoren…wat wil zeggen dat de voorgestelde cijfers van 8% op basis van gemiddeld bruto uurloon en 21% op basis van gemiddeld bruto jaarloon – waarvoor België zichzelf een schouderklopje geeft – ongetwijfeld zouden stijgen….nog maar te zwijgen over het effect van inclusie van andere grootverdieners en daadwerkelijke inclusie van extralegale voordelen….of zoals het rapport zelf zegt, ‘hoe extremer de lonen hoe groter de loonkloof tussen seksen’…het zou er alleen één zijn die meer waarheidsgetrouw is.

Wordt vervolgt…

[1] Dit stuk is gebaseerd op een aantal publicaties van het ‘instituut voor gelijkheid van vrouwen en mannen’, een federale onafhankelijke overheidsinstelling die instaat voor het waarborgen en bevorderen van de gelijkheid tussen vrouwen en mannen. De belangrijkste publicaties zijn ‘De loonkloof tussen vrouwen en mannen – rapport 2016 en rapport 2017.

WANNEER RECHTVAARDIGHEID VER TE ZOEKEN IS: OVER PROFESSIONELE KNUTSELAARS EN FRAUDEURS.

In De Morgen van 26/2/2018 lezen we de uitlatingen van Vlaams bouwmeester Van Broeck over de Jannekes en Miekes op de knutselbeurs, batibouw. De boodschap is woon kleiner, meer ecologisch en doe vooral beroep op professionelen om schade te voorkomen.

Amper 10 pagina’s verder schrijft De Morgen over de gevolgen van ‘professionele’ knutselaars, namelijk de wantoestanden bij de bouw van sociale woningen, projecten waar 1. beroep werd gedaan op architecten en 2. de uitvoering werd verzorgd door professionelen. Gevolg: torenhoge kosten en immense schade.

Dat beroep doen op professionelen geen garantie is tegen prutserijen, wantoestanden en fraude is reeds langer bekend bij de overheid. Hun switch van klassieke investeringen naar DBFM- (Design, Built, Finance, Maintain) contracten heeft naast het voordeel van afwezigheid van initiële investeringskosten, ook met het vermijden van malafide praktijken te maken. Goedkoop bouwen, hoge onderhoud- en herstellingskosten. De overheid is met andere woorden al langer bekend met zulke wantoestanden. Liever dan oplichters te straffen (door bv. de wetgeving hieromtrent aan te passen) kiest men voor het omzeilen van fraude met behulp van de DBFM-contracten. Dat ook deze rekening bij ons burgers terechtkomt, mag voor zich spreken[i].

Ook op de particuliere markt zijn dit soort wantoestanden schering en inslag, zelfs al doe je beroep op professionelen. Het maakt absoluut niets uit dat je deze wanpraktijken kan bewijzen op basis van een – überhaupt veel te duur – expertiseverslag. Het is de rechter die na een tergend traag en extreem kostelijke gerechtelijke procedure bepaalt of het verslag al dan niet aanvaard wordt. En ook al krijg je gelijk, er is geen garantie op het ontvangen van je schadebedrag. Inderdaad het bedrijf kan gewoon weigeren te betalen of zich failliet laten gaan en dus ben je je geld kwijt aan én de oplichter én onze ‘rechtvaardigheidszoekers’. Niet voor niets dat experts en advocaten zeggen dat het interessanter is een slechte overeenkomst dan een goede rechtszaak te hebben, een waarheid die onze overheid zich – op verschillende domeinen – erg ter harte neemt.

Uiteraard kan je wederom tegen fikse betaling de correctheid van het faillissement laten uitpluizen, maar gezien een gerechtelijke procedure jaren in beslag neemt door oa het absurd herhaaldelijk uitstellen van je zaak, geeft dit de fraudeurs ruimschoots de kans de schaapjes op het droge te krijgen en bij wijze van spreke morgen gewoon opnieuw te beginnen onder een andere naam. Echter, vaak heeft dit soort gespuis wel meer dan één bedrijf, waardoor men de zaken kan voortzetten al dan niet met schijnzelfstandige werkkrachten.

Als zelfs onze overheid zich hiertegen machteloos voelt (???), wat moet je dan als simpele burger? De overheid wekt de indruk zulke praktijken oogluikend toe te laten.

Het is en blijft onbegrijpelijk dat een ‘firmanaam’ de fraudeur beschermt. Bij mijn weten worden keuzes gemaakt door natuurlijke personen en niet door firmanamen. Het oprichten van een rechtspersoon is één ding, het ontlopen van verantwoordelijkheden en het opzettelijk oplichten is een totaal ander ding. De rechtspersoonlijkheid wordt een legitiem excuus voor malafide praktijken.

Wordt het geen hoog tijd dat oplichters verantwoordelijk geacht worden voor hun persoonlijke keuzes? Wordt het geen hoog tijd dat fraudeurs ‘persoonlijk’ opdraaien voor hun bewust en intentioneel veroorzaakte schade enkel en alleen opdat men de eigen zakken kan vullen?

Door geen drastische stappen te ondernemen, geeft onze overheid impliciet doch luid en duidelijk de volgende boodschap: Licht de boel op, niemand kan je iets maken…..en wij…. doen het niet.

 

 

[i] Op dit punt geeft hun DBFM-handboek een onduidelijke boodschap. DBFM-contracten zouden goedkoper ‘kunnen’ zijn. Er is met andere woorden geen garantie dat zulke contracten ook daadwerkelijk goedkoper zijn. Hoe je het ook moge keren of draaien de overheid laat op deze manier de burger betalen voor de gevolgen van fraudeurs. Daarenboven kan de vraag gesteld worden of ‘alle’ kosten (inschakelen van experts van allerlei allooi, personeelskosten voor het zorgvuldig uitpluizen van offertes etc.) in de totaalsommen van DBFM-contracten gecalculeerd worden? Het uitspitten van dit soort constructies lijkt mij een boeiende, maar vooral een opportune zaak.

MET DEZE BLOG

onderneem ik een poging verschillende maatschappelijke thema’s kritisch te benaderen. Het is ‘een’ visie met de nadruk op ‘een’, gezien ik er vanuit ga dat ‘de’ waarheid, één waarheid niet bestaat.

Een aantal onder jullie zullen het misschien eens zijn, anderen zullen tegen zijn. Zo gaat dat nu éénmaal als je je mening uit. Geen wit zonder zwart. Met het hebben van een ander standpunt, is er niets mis, wel integendeel, het is door ‘het verschil’ dat er überhaupt ‘iets’ kan ontstaan en/of iets kan veranderen.

Gezien ik uitga van het principe dat onze maatschappij een product is van de mens, wil dit zeggen dat wij allen een verantwoordelijkheid dragen in hoe zaken zijn en lopen en een verantwoordelijkheid dragen in een potentiële verandering ervan. Niets doen is voor mij geen optie (meer).

Het benaderen van de verschillende thema’s op een structurele manier met de daarbij horende lange termijn visie lijkt mij absoluut noodzakelijk. Het blijven hangen in een bestaande structuur en wat morrelen met concrete feiten is mijns ziens slechts een pleistertje op een immens gapende wonde. Alle consensus, regel- en wetgeving ten spijt, doorgaans krijgen we slechts een verschuiving van het probleem. Indien we echt verandering willen, zal doordringen tot de kern een pijnlijk, maar noodzakelijk kwaad zijn.

Hiermee wil ik niet pretenderen dat er voor alles een oplossing is en zoiets als ‘probleemloos’ bestaat. Ook hier geldt geen wit zonder zwart. Maar dit principe wil  ook niet zeggen dat het niet meer dan 5 voor 12 is om structurele verandering mogelijk te maken.

We leven in het Westen in een democratische maatschappij zonder voedsel tekorten, het grootste deel heeft een dak boven het hoofd en een auto onder de kont; we hebben recht van spreken, kunnen keuzes maken en leven niet in oorlogsgebied; we hebben kennis en middelen voorhanden om met mens en natuur waardevol om te springen… en toch is er steeds meer agressie, swingt het aantal zelfmoorden, burn-outs en andere psychische problemen de pan uit, is het gebruik van psychofarmaca – ruimer, van geneesmiddelen – nauwelijks te overzien, en is het erbarmelijk gesteld met het milieu om maar een klein aantal aspecten te noemen.

Pessimistisch of realistisch? Neen, ik ga niet mee in het verhaal dat het allemaal toch niet zo slecht is, dat het slechts een kwestie is om positief naar de dingen te kijken, om ons te focussen op het goede en het mooie en we voornamelijk moeten genieten. Maar dit wil ook niet zeggen dat ik pessimistisch ben noch dat ik mij zo voel. Het wil voornamelijk zeggen dat ik geen oogkleppen op wil, in verandering geloof en hier hoop een steentje aan bij te dragen.

Deze blog zal bestaan uit reacties op geschreven en gesproken woord enerzijds en filosofische beschouwingen anderzijds.

Veel leesplezier – Els Ooms